tekst Marianne van Rooden
update 28-05-2026
De beste planten voor een geveltuin
Kies planten die passen bij de ligging van je gevel: hoeveel zon krijgt de plek, vangt hij veel of weinig regen, en staat er vaak wind? Hieronder vind je per situatie een overzicht.
Planten voor een geveltuin op de zon
- dahlia (Dahlia)
- heiligenkruid (Santolina chamaecyparissus)
- kattenkruid (Nepeta x faassenii)
- krokus (Crocus)
- lupine (Lupinus 'The Governor')
- meisjesogen (Coreopsis verticillata)
- ooievaarsbek (Geranium 'Patricia')
- sierkiwi (Actinidia kolomikta)
- sierui (Allium)
- stokroos (Alcea rosea)
- struisriet (Calamagrostis x acutiflora)
- vedergras (Stipa tenuissima)
- vingergras (Panicum virgatum)
- vrouwenmantel (Alchemilla mollis)
- zomeraster (Kalimeris incisa)
Wil je het de bijen makkelijk maken, kies dan robuuste, inheemse vaste planten. De beemdooievaarsbek (Geranium pratense) bloeit uitbundig, vraagt weinig en is geliefd bij insecten; zaden bestel je in de webshop.
Stokrozen in geveltuin
Voor de schaduw
- akelei (Aquilegia)
- bosgierstgras (Milium effusum 'Aureum')
- bosrank (Clematis)
- elfenbloem (Epimedium)
- gebroken hartje (Dicentra formosa)
- herfstanemoon (Anemone x hybrida)
- hortensia (Hydrangea)
- kamperfoelie (Lonicera periclymenum)
- kerstroos (Helleborus orientalis)
- klimhortensia (Hydrangea anomala subsp. petiolaris)
- sneeuwklokje (Galanthus nivalis)
- sneeuwwitte veldbies (Luzula nivea 'Schneehäschen')
- tellima (Tellima grandiflora)
- vingerhoedskruid, geel (Digitalis lutea)
- vingerhoedskruid, roze/wit (Digitalis grandiflora)
- wolfsmelk (Euphorbia)
- zegge (Carex oshimensis 'Evergold')
Hortensia en vingerhoedskruid zijn dankbaar op een schaduwgevel. Hoe je een hortensia in vorm houdt, lees je in hortensia's snoeien.
Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) komt van nature in Nederland voor en zaait zich gemakkelijk uit; zaad vind je in de webshop.
Droogteverdragende planten
- blauwgras (Sesleria autumnalis, zon)
- cyclaam (Cyclamen coum, halfschaduw)
- cyclaam (Cyclamen hederifolium, halfschaduw)
- eikvaren (Polypodium vulgare, schaduw)
- hemelsleutel (Sedum, zon)
- klokjesbloem (Campanula, zon)
- kruiptijm (Thymus praecox, zon)
- lavendel (Lavandula, zon)
- ooievaarsbek (Geranium macrorrhizum, schaduw)
- salie (Salvia nemorosa, zon)
- vrouwenmantel (Alchemilla mollis, halfschaduw)
- wolfsmelk (Euphorbia amygdaloides robbiae, schaduw)
Een droge, zonnige strook tussen de tegels vraagt om dezelfde sterke soorten als een boomspiegel of stenig stoepje.
Voor vochtige grond
- callalelie (Zantedeschia aethiopica, zon/halfschaduw)
- dubbelloofvaren (Blechnum spicant, schaduw)
- japans siergras (Hakonechloa macra, halfschaduw/schaduw)
- kaukasische vergeet-mij-niet (Brunnera macrophylla, schaduw)
- nagelkruid (Geum, zon/halfschaduw)
- niervaren (Dryopteris affinis 'Crispa', schaduw)
- spirea (Astilbe, schaduw)
- zeeuws knoopje (Astrantia major, zon)
- zegge (Carex, halfschaduw/schaduw)
- zilverkaars (Actaea simplex, schaduw)
Windbestendige planten
- klimop (Hedera)
- laurier (Prunus laurocerasus)
- lavendel (Lavandula)
- salie (Salvia nemorosa)
- vuurdoorn (Pyracantha)
- de meeste grassen
Op een droge, winderige plek is wilde tijm (Thymus serpyllum) een dankbare bodembedekker die bovendien inheems is; zaad bestel je in de webshop.
Geveltuin met komkommerkruid (Borage) en Oost-indische kers (Tropaeolum majus)
Zo leg je een geveltuin aan
Het principe is simpel: tegel eruit, plant erin. Zo pak je het stap voor stap aan:
- Vraag bij de gemeente na of een geveltuin mag en onder welke voorwaarden. Check of je de weggehaalde tegels moet bewaren, en als je huurt of je steunmateriaal aan de muur mag bevestigen.
- Huur je? Vraag ook bij je verhuurder na onder welke voorwaarden een geveltuin mag. Soms moet je bij verhuizing de oorspronkelijke situatie herstellen.
- Bepaal de plek en de omstandigheden: zon of schaduw, droog of vochtig, veel of weinig wind.
- Bepaal de grootte van het plantvak. Breng eventueel een randje aan tussen het trottoir en het plantvak, en houd ventilatieroosters vrij.
- Bedenk waar de uitgegraven grond en tegels heen moeten.
- Bereken hoeveel tuinaarde en hoeveel planten je nodig hebt.
- Kies planten die passen bij de ligging, de wind en de hoeveelheid regen die de plek vangt. Zorg voor variatie in hoogte, blad- en bloemkleur, bloeitijd en wintergroen of bladverliezend. Gebruik hiervoor de plantenlijst hierboven.
- Breng eventueel klimsteunen aan.
- Bereid het plantvak voor: graaf de grond een spade diep af en breng voldoende verse tuinaarde aan.
- Geef de eerste weken regelmatig water zodat de planten goed aanslaan. Geef daarna elk voorjaar wat organische meststof of plantengier, en dek de grond af met een mulchlaag van compost of houtsnippers.
Geveltuin met ooievaarsbek (Geranium)
Waarom een geveltuin?
Een geveltuin is meer dan een mooie versiering. Door alle verharding in steden kan regenwater op steeds minder plekken de bodem in zakken; hoe meer een geveltuin opvangt, hoe minder er weg moet via het riool, dat steeds vaker overbelast raakt.
Groen koelt bovendien de boel af. In de stad kan het 4 tot 5 graden warmer worden dan op het platteland, doordat gebouwen en asfalt zonnewarmte opnemen en weer afgeven (hittestress, ook wel het Urban Heat Island-effect). Een begroeide gevel neemt die warmte niet op, en doordat planten vocht verdampen koelen ze de lucht.
Planten zuiveren de lucht en helpen fijnstof verminderen. En een gevarieerde beplanting levert je vlinders, bijen en vogels voor de deur, die er voedsel en beschutting vinden. Daarmee past een geveltuin in ons Tienpuntenplan voor biodiversiteit.
Tips en aandachtspunten
- Plant geen bomen of grote heesters, ook geen leibomen. Hun wortels kunnen de verharding opdrukken en kabels en leidingen beschadigen. Leifruit op een zwak groeiende onderstam kan wel.
- Beschadig de huisaansluitingen en het trottoir niet. Houd afstand van de entree, graaf voorzichtig en niet dieper dan een spade (max. 30 cm).
- Kies geen hoge, weelderige planten die over het trottoir gaan hangen. Het groen moet te onderhouden blijven.